Bij jou in de Tuin – Deel 3

“Wat mot je nou, hè?!”, lijkt deze gewone smalboktor te zeggen met zijn houding… Zijn donkerbruine ogen zeggen alles

Dezelfde boktor maar dan op zijn rug gezien, blaast de aftocht: zijn schild wordt geopend en daaronder komen de vleugels tevoorschijn. De larven van de boktor zijn berucht, zij knagen hout aan en dan zitten ze echt niet op een houtje te bijten!

Grootmoeder Groene Schildwants had een mooie hansopje gehaakt, met gaten aan de zijkant, want dat is tegenwoordig in, altans bij wantsen! Een beessie van circa 5 mm

Dit is nou een plezante vlieg, geen vleesvlieg die eitjes legt op een levende pad, geen strontvlieg die de keutel van een Rottweiler nuttigt maar een bloemvlieg…. Fleurig en fris! Ook onder de oksels!

Deze roodbruin aangelopen wants is verdwaald! Want de Esdoornhalsbandwants (wie verzint zulke namen?) is aangetroffen op de Flamingolaan. De Esdoornlaan is elders!

Ow, dit is een forse kruisspin hoor ik je denken. Nou, dat valt tegen. Want in werkelijkheid is de spin niet groter dan 5 mm, bijna doorzichtig. Kleine spinnetjes worden wel groot. Ergens in de herfst moet hij toch wel een dikke bromvlieg kunnen verorberen. Hieronder zijn kleine neefjes en nichtjes…

Een kruisspinnennest schrijf je met 2 essen en 4 ennen: dus 11 medeklinkers en slechts 5 klinkers. Als je toch aan het tellen bent, tel dan de kruisspinnetjes die uit dit nest komen.. Nog een milimeter groot!

Deze slak heeft het gehad! Hij zoekt zijns trage weegs in het hiernamaals en wat achterblijft is een rottend lijf dat bol staat van de gassen die de bacteriën produceren terwijl zij het naakte lijf van de wegslak (in de volksmond: naaktslak) opvreten. Ach ja, de één zijn dood, de ander zijn brood…. Nou ja, in dat geval, eet smake-lijk!

Over brood gesproken! Moeder Muis (Minnie voor intimi) had nog zo gewaarschuwd! Kijk uit voor dat vierpotige monster!!! Hoe vaak zei hij dan niet terug dat het muizenissen zijn, …futiliteiten! Hij was er niet bang voor. David versloeg Goliath, toch?! En katten had hij snel in de gaten. Teminste dat zei Minnie. Maar uit onderzoek is gebleken dat niet de huiskat de muis zijn leven had ontnomen, maar de huishond!

Een buitenbeentje… of beter gezegd, buitenbeentjes! De gewone huisspin… nou ja, gewoon? Een knoepert van een spin met een lijf van ruim 1,5 cm lang en dan hebben we de poten nog niet meegerekend. Meewerken wil deze spin niet meer vanwege het onomstotelijk gegeven dat de spin voltooid verleden tijd is, dus: spon…

In de gauwigheid gemaakt met de camera van mijn mobieltje…. de flits weerkaatst fel in drie van de acht ogen! Wel een keertje de kuiten scheren zou ik zo zeggen…

Kan een close-up zijn

Het achterlijf van deze spin riep bij iemand de gedachte op dat de uitsnede van de foto een slang liet zien, een uitheemse. Maar zoals gezegd, de naam is misleidend want de huisspin komt ook veel buiten voor.

Spinnen hebben geen antennes zoals deze voorkomen bij de insecten. Spinnen hebben wel tastsprieten maar deze zijn ontstaan uit monddelen en worden de pedipalpen genoemd. Op de rechter foto zie je deze palpen. Bij de huisspin zijn behoorlijk groot aangelegd. Het zijn echter geen kaken of tanden, zoals wel eens gedacht wordt. Deze gelede en sterk beweeglijke aanhangsels hebben een tastzintuiglijke functie, vergelijkbaar met de antennes van insecten.

Daarnaast vervullen de pedipalpen bij de mannetjesspin een gespecialiseerde rol als geslachtsorgaan. Het laatste segment van de palp van een mannetje bestaat uit een duidelijk vergroot opslagorgaan dat bulbus wordt genoemd en een functie van spermatofoor heeft. Het zijn opslagplaatsen waarin de spin sperma bewaart en paarorganen waarmee hij het inbrengt in de geslachtsopening of epigyne van het wijfje. De bulbus draagt aan het uiteinde een naaldachtig aanhangsel, de embolus. Het geheel heeft een pipetachtige functie; het sperma wordt door de smalle opening in de bulbus gezogen waar het wordt opgeslagen….

Nou, dan weet u dat ook weer!

Er is maar één manier om uit het riet te komen en dat is met behulp van een polsstok: dit is Riet Springer, de onbekende zus van Jerry.

De Klaproos of Papaver wordt in sommige streken ook kollenbloem (toverkol of kol = heks) genoemd, vanwege een bepaalde werkzame stoffen. Levert ook hoogwaardig stuifmeel voor bijvoorbeeld de honingbijen… die op hun beurt weer hoogwaardige honing leveren aan honingminnende klanten van de plaatselijk imker of bijenboer.

De bruinrode, … of was het een roodbruine….? Enfin, een heidelibel houdt mij -vanuit zijn ooghoeken en vanaf een drooglijn goed in de gaten…. Hij lijkt mij te herkennen. Dat kun je zien aan zijn glimlach. Wie het aandurft onder zijn rokken te kijken ziet hoe zijn zes poten schroefloos zijn bevestigd. Libellen (en ook andere insecten, zijn koudbloedig en gaan dan bij tijd en wijle in de zon zitten om letterlijk op te wamen. Als de meter op groen staat vliegen ze weer weg.

Doet dit maar eens na! Je vasthouden aan een boomstronk en dan je hele lijf horizontaal houden. Niet smokkelen met één been!

Deze hangparkeenden bij de vijver bij Sorghvliet, kwamen nogal opdringerig naar mij toe met de prangende vraag: “Kwak, kwák, kwaak?!” Nu, u verstaat er geen biet van, ik ook niet, maar Google vertaald tegenwoordig ook dierengeluiden: Of ik dat witte spul bij mij heb, …zonder korst… en gauw een beetje overhandigen, ja!

Ze is er weer, de Atalanta Vanessa. Ik kan wel begrijpen waarom ze ‘Vanessa’ heet gezien de grootte van haar …kuch… …vleugels! Op een bloem van een ligusterhaag. Hieronder dezelfde Atalanta terwijl ze haar lange tong in de bloemkelk steekt om de goddelijke nectar op te slurpen…

Het lijkt wel een modeshow want dezelfde Atalanta zien we nu van de zijkant…

Op de catwalk van ligusterbloempjes… laat ze zich van alle kanten zien. Veelzijdig gevleugelte… za’k maar zegguh!

Alsof ze een gebogen rietje in d’r mond heeft… Ik kan me niet voorstellen dat ze een tandenstokertje vasthoudt, jij wel?

Nee, we zitten niet bovenop een ligusterhaag, maar de foto is genomen van een afstand van circa 4 m en met een simpele DT 4-5.6/55-200 objectief.

Hier nog een ‘detallie’ van de foto, waarop goed te zien is dat de vlinder d’r tong in het kleine bloemkelkje van de ligusterhaagbloem steekt om de nectar auf zu sloerpfen!

Als laatste de Blinde Bij! Alles aan de Nederlandse naam blinde bij is onjuist: dit insect is ondanks de naam geen bij maar een zweefvlieg en is al helemaal niet blind. De naam komt waarschijnlijk voort uit het feit dat deze soort wel erg op een bij lijkt maar niet kan steken. Dit gevleugelte werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Linnaeus in 1758, en ja, in die tijd wist men nog zo veel van insecten als nu het gevals is. De blinde bij heeft rijen haren op zijn ogen wat mogelijk tot de gedachte leidde dat hij blind zou zijn. Ook veel andere zweefvliegen lijken net als de blinde bij op soorten zoals wespen, hommels en bijen. Deze gelijkenis wordt mimicry genoemd. O ja? Ja! Hierdoor aarzelen predatoren soms om aan te vallen, uit angst een steek op te lopen.

Volgende week weer een “Bij jou in de tuin!”

Foto’s © G. van Keulen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.