Advertenties

Politie in iets meer dan 75% van de spoedmeldingen in de gemeente Medemblik binnen 15 minuten aanwezig

image
De politie komt in 76,1% van de 537 spoedgevallen binnen de gemeente Medemblik de 15 minuten na de melding. Dat maakt de politie vandaag bekend. Medemblik is daardoor de gemeente in West-Friesland Oost waar de politie de meeste tijd nodig heeft om bij een spoedmelding te komen.

imageNederland – In noodsituaties laat de politie alles uit haar handen vallen om zo snel mogelijk aanwezig te kunnen zijn. In 2016 was zij meestal binnen 3 tot 10 minuten na een spoedmelding ter plaatse. Cijfers hierover zijn woensdag 22 maart gepubliceerd op Politie.nl.

Gemiddeld waren agenten in 84 procent van alle spoedmeldingen binnen 15 minuten aanwezig, met een duidelijke piek tussen de 3 en 10 minuten. Dit percentage is vrijwel gelijk aan 2015. Het korps streeft er echter naar om in 90 procent binnen 15 minuten aanwezig te zijn, en voldeed daar in 2016 dus helaas opnieuw niet aan.

Waarom legt de politie die lat zo hoog? Politiechef Oscar Dros is er duidelijk over: ‘We zijn ambitieus. Geen streefwaarde is geen optie. Daarmee geven we burgers het signaal dat we reactietijden niet belangrijk vinden. En een haalbare norm stelt te snel tevreden. We willen blijven zoeken naar mogelijkheden om onze tijden verder te verbeteren.’

In zijn eigen eenheid, Noord-Nederland, liet Dros onderzoeken welke extra investering gedaan moest worden om die laatste paar procenten te winnen. Om in 90 procent van de spoedmeldingen binnen 15 minuten ter plaatse te zijn, zou hij vijfhonderd politiemensen uit andere taakvelden moeten verplaatsen naar de noodhulp. Heel veel ander belangrijk politiewerk zou dan blijven liggen. ‘Een onevenredige investering’, aldus Dros.

Met lokale gezag om tafel

Maar de inspanning op dit dossier blijft. Dros: ‘We gaan kijken hoe we procedures op meldkamers verder kunnen aanscherpen. En met agenten om tafel om te kijken waar nog winst te halen is. De belangrijkste stap is dat politiechefs en teamchefs het gesprek aangaan met het regionale en lokale gezag. Zo’n landelijk gemiddelde zegt namelijk niet veel. Iedereen wil weten hoe het er in zijn of haar gemeente voor staat. Ga samen om tafel zitten en kijk wat er aan de hand is. Lagere reactietijden? Hoe komt dat? Is het erg? En zo ja, wat wil – en kun – je eraan doen? Is het bijvoorbeeld redelijk om een noodhulpauto te schrappen omdat hij ingezet moet worden voor de begeleiding van een wielerronde? Zie de consequenties in van bepaalde beslissingen.’
Hij gaat verder: ‘Het kan ook zijn dat je samen aan tafel constateert dat het percentage wellicht niet geweldig is, maar dat politieagenten in levensbedreigende situaties altijd snel aanwezig waren. Want ik weet dat onze mensen de stenen eruit rijden als de nood aan de man is. Misschien waren we dan later bij een inbraakalarm of heterdaad. Heb het erover!’

Huisvesting

Dros: ‘Veel mensen koppelen dit onderwerp overigens bewust of onbewust aan onze huisvesting. Het lijkt logisch dat reactietijden achteruit gaan als er een politiebureau dichtgaat. Natuurlijk springen mijn collega’s soms op van achter de koffie of hun boterham om bij te springen. Maar er rijdt altijd noodhulp rond. En we kunnen dus net zo goed in de buurt rijden. Het moet helder zijn dat we niet met zijn allen op het bureau zitten te wachten tot er een spoedmelding komt.’

Cijfers op Politie.nl

Burgers moeten kunnen zien hoe wij presteren op reactietijden, vindt Dros. ‘Wij rijden de spoedmeldingen immers voor hen. En dus willen we ook aan hen verantwoording afleggen over de mate waarin we daarin slagen. Transparantie is belangrijk.’ In 2017 deelt de politie nog de halfjaarcijfers op Politie.nl. Daar vindt u ook een infographic die de inspanningen van de politie op het gebied van spoedmeldingen in beeld brengt. In 2018 wil de politie de cijfers frequenter publiceren.

Nederland – In noodsituaties laat de politie alles uit haar handen vallen om zo snel mogelijk aanwezig te kunnen zijn. In 2016 was zij meestal binnen 3 tot 10 minuten na een spoedmelding ter plaatse. Cijfers hierover zijn woensdag 22 maart gepubliceerd op Politie.nl.

Gemiddeld waren agenten in 84 procent van alle spoedmeldingen binnen 15 minuten aanwezig, met een duidelijke piek tussen de 3 en 10 minuten. Dit percentage is vrijwel gelijk aan 2015. Het korps streeft er echter naar om in 90 procent binnen 15 minuten aanwezig te zijn, en voldeed daar in 2016 dus helaas opnieuw niet aan.

Waarom legt de politie die lat zo hoog? Politiechef Oscar Dros is er duidelijk over: ‘We zijn ambitieus. Geen streefwaarde is geen optie. Daarmee geven we burgers het signaal dat we reactietijden niet belangrijk vinden. En een haalbare norm stelt te snel tevreden. We willen blijven zoeken naar mogelijkheden om onze tijden verder te verbeteren.’

In zijn eigen eenheid, Noord-Nederland, liet Dros onderzoeken welke extra investering gedaan moest worden om die laatste paar procenten te winnen. Om in 90 procent van de spoedmeldingen binnen 15 minuten ter plaatse te zijn, zou hij vijfhonderd politiemensen uit andere taakvelden moeten verplaatsen naar de noodhulp. Heel veel ander belangrijk politiewerk zou dan blijven liggen. ‘Een onevenredige investering’, aldus Dros.

Met lokale gezag om tafel

Maar de inspanning op dit dossier blijft. Dros: ‘We gaan kijken hoe we procedures op meldkamers verder kunnen aanscherpen. En met agenten om tafel om te kijken waar nog winst te halen is. De belangrijkste stap is dat politiechefs en teamchefs het gesprek aangaan met het regionale en lokale gezag. Zo’n landelijk gemiddelde zegt namelijk niet veel. Iedereen wil weten hoe het er in zijn of haar gemeente voor staat. Ga samen om tafel zitten en kijk wat er aan de hand is. Lagere reactietijden? Hoe komt dat? Is het erg? En zo ja, wat wil – en kun – je eraan doen? Is het bijvoorbeeld redelijk om een noodhulpauto te schrappen omdat hij ingezet moet worden voor de begeleiding van een wielerronde? Zie de consequenties in van bepaalde beslissingen.’
Hij gaat verder: ‘Het kan ook zijn dat je samen aan tafel constateert dat het percentage wellicht niet geweldig is, maar dat politieagenten in levensbedreigende situaties altijd snel aanwezig waren. Want ik weet dat onze mensen de stenen eruit rijden als de nood aan de man is. Misschien waren we dan later bij een inbraakalarm of heterdaad. Heb het erover!’

Huisvesting

Dros: ‘Veel mensen koppelen dit onderwerp overigens bewust of onbewust aan onze huisvesting. Het lijkt logisch dat reactietijden achteruit gaan als er een politiebureau dichtgaat. Natuurlijk springen mijn collega’s soms op van achter de koffie of hun boterham om bij te springen. Maar er rijdt altijd noodhulp rond. En we kunnen dus net zo goed in de buurt rijden. Het moet helder zijn dat we niet met zijn allen op het bureau zitten te wachten tot er een spoedmelding komt.’

Cijfers op Politie.nl

Burgers moeten kunnen zien hoe wij presteren op reactietijden, vindt Dros. ‘Wij rijden de spoedmeldingen immers voor hen. En dus willen we ook aan hen verantwoording afleggen over de mate waarin we daarin slagen. Transparantie is belangrijk.’ In 2017 deelt de politie nog de halfjaarcijfers op Politie.nl. Daar vindt u ook een infographic die de inspanningen van de politie op het gebied van spoedmeldingen in beeld brengt. In 2018 wil de politie de cijfers frequenter publiceren.

image

image

image

image

Beeldmateriaal Politie

Advertenties