Martin Baltes: De Trip naar Egypte | Deel 6: ‘Een terugblik – zoek de verschillen – vooruitblik’

Oud-Andijker Martin Baltes bevaart de wereldzeeën als chief-engineer. Via satelliet stuurde Martin Baltes in 2011 zijn verhalen naar de redactie van APB | Andijker Nieuws Net over zijn trip naar Dutch Habor.

Vanaf 17 september kunt u op deze site “De trip naar Egypte” lezen. Een nieuw avontuur, met heel andere omstandigheden en voorzien van foto’s en anekdotes…

image

Deel 6

‘Een terugblik – zoek de verschillen – vooruitblik’

Extra lange aflevering!

clip_image002 
PMS MAYO – BB’s zij

Een terugblik – zoek de verschillen – vooruitblik

Wat er zoal vooraf ging

Ik weet nog dat ik aan boord kwam, vijf weken geleden, en een afgeleefde hut in een vervuilde staat aantrof en die eerst drastisch schoongemaakt wilde zien. Het schoonmaken gebeurde dan wel na enig aansporen, maar zeker niet drastisch, want het werd me snel duidelijk dat de mensen in Egypte die aan boord werkten geen flauw benul hadden hoe iets drastisch schoongemaakt kon worden, of hoe het er zelfs uit zou zien als iets schoon was; erg als je zo door het leven moet. Uiteindelijk ben ik zelf maar wat aan de gang gegaan en maakte er iets leefbaarders van met beperkte middelen, hoewel verre van ideaal. Dagelijks kwam een steward langs, trok het bed recht, vouwde het dekbedje op en donderde een verse handdoek op bed, terwijl die eigenlijk nodig is in de badkamer. Natuurlijk was er een slimme steward bij, die ontdekt had dat je de wasmachine ook kon doordraaien, zodat het eerder klaar was. Zo kon je een was van twee uur gerust in drie kwartier doen, inclusief de droger. Nou ja, als het maar nat is geweest, moet je dan maar denken. Jammer dat die lage standaard van Egyptenaren voor iedereen moet gelden.

clip_image004 
Oude houten kooi, met handdoek op bed.

Eens per week werd het beddengoed verschoond en was er het geluid van een stofzuiger, die volgens mij zijn eigen weg maar moest zoeken, want van een gerichte zuigbeurt kon geen sprake zijn; een patroon viel niet te ontdekken. Evenmin werd er ooit stof afgenomen en mijn bureau was dan ook voelbaar veranderd in schuurpapier 120, mede door het zandstralen, wat veel te lang duurde. De eenvoudige badkamer werd dagelijks gewoon overgeslagen en dat werd op de lange duur steeds meer zichtbaar, natuurlijk.

clip_image006Gebrek aan enig middel om het zelf te doen liet toe dat de kalkaanslag zich gestaag kon opbouwen en nu na vijf weken alleen nog maar met grove middelen verwijderd zou kunnen worden, áls iemand er eens wat aan ging doen en áls die middelen er eens voor waren en niet direct gejat werden voor thuis. Die verwachting is er niet. De grove middelen ontbreken ook en zouden niet besteld worden, zei de campboss, soms ook hofmeester genoemd, maar dat past niet in deze omgeving.

In mijn kantoor op de brug kwam een steward ook eens per dag om te zien of er iets in de prullenbak zat, wat dan werd verwijderd. Vrolijk en vriendelijk lachend ging hij dan weer weg, voor de rest de boel de boel latend. Eens in de week werd er een natte dweil, of sopdot zoals wij dat noemen, over de vloer gehaald en dat was dan dat. Het was dweilen met de kraan open, want in geen tijd was het weer even vies als daarvoor.

Kijken we verder naar de woonomstandigheden, dan mag gezegd worden dat de airconditioning het niet goed doet, omdat de machinerieën te veel zijn vervuild in de loop der jaren, wat werd geïnterpreteerd als dat het schip was ontworpen voor de Noordzee en niet voor Noord-Afrika. De luchtdoorstroom is nu zeker gehalveerd door een overdaad aan stof en zand, vele lamellen zijn verbogen en dermate gecorrodeerd dat aanraking ze doet verpulveren en tijd om alles goed schoon te maken is er niet, want dan moet de A/C af; dan wordt alles binnenboord erg vochtig warm en zal het wat gaan ruiken, neem ik aan. De aanwezige insecten zullen het een feest vinden. Wat ook niet echt meehelpt is dat iedereen er maar aan zit en allerlei kleppen verandert naar eigen goeddunken, niet gehinderd door enige kennis van zaken. Daartegen kun je niet opboksen, want die deuren kunnen niet op slot. Vooral mijn zeer eigenwijze Poolse elektricien heeft dat voor de gewoonte, want hij denkt dat hij er het meeste verstand van heeft, omdat hij al zo lang aan boord zit. Volgens mij heeft hij teveel keer met zijn vingers aan onder spanning staande elektrische apparatuur gezeten en zijn z’n hersenen zwaar beschadigd door die elektroshocks, want een normale reactie is niet meer van hem te verwachten. Iemand die onder het eten, afgezonderd van de rest, zit te hummen, daar is een steek van los; misschien wel een ondersteek.

Andere zaken dan de AC hebben nu even voorrang en zijn ook dringender, maar dat er ruimte is voor veel verbetering is duidelijk.

Een verdieping lager

clip_image008Als we verder naar beneden gaan komen we weer in de fitnessruimte of gym, gelokaliseerd in een equipment room – een ruimte met machinerieën dus, waarvan de loopband op mijn verzoek eens is schoongemaakt, al moet men veel haast hebben gehad, want ik zou me heel erg geschaamd hebben om het in die “schoongemaakte” staat achter te laten, maar zulke wroegingen kent men hier dus niet.

Foto: De kade ligt vol rommel.

Ik heb er maar verder geen woorden meer aan besteed, want het gewenste resultaat zou toch nooit bereikt kunnen worden met de laag- of ongeschoolde mensen van dit land. Vrijwel dagelijks moest ik de loopband bijstellen, want dan had een urft het weer één kant op gezet, want ja, je moet er wel bij nadenken welke kant je opdraait. Van de kurketrekkerregel schijnt niemand ooit gehoord te hebben, maar zou handig zijn bij het bepalen van het rechtzetten van de achterrol. Soms lag het schip met wat slagzij, op één oor zeggen we dan, en dat was ook niet zo goed voor die loopband, die dan naar de lage kant neigde te lopen. Het was eens een duur apparaat, die Johnson T8000 van zeker 6000 Eurootjes en hij hield het al die tijd al uit: een topproduct! Er was een nieuwe besteld, maar dat geld zou de baas er toch niet voor uit gaan geven. Nee, dit was wel een oud beestje, maar het liep nog prima.

clip_image010 

 Het achterdek bij het verlaten van het schip: zand, zand en nog eens zand.

Voor de deuren van de hutten, die voornamelijk werden bewoond door Egyptenaren lagen altijd de gebruikte handdoeken en ander wasgoed, terwijl ze allemaal een waszak hadden. Dat is een zak met openingen of gaatjes er in, dus dat kwartje zal ook wel niet gevallen zijn. Wat moet je nu met zo’n zak in je kast, zou de collectieve gedachte geweest kunnen zijn, en men liet die liggen waar het lag. clip_image012De steward mocht het uitzoeken en klachten hoorde je toch nooit van hen. Wel van andere, meer geciviliseerd personeel, die het soms vond stinken.

Foto Doorgeroest staalwerk vervangen.

Maar ja, ondanks het rookverbod deden ze dat gerust in de afgesloten ruimte van hun hutje, niet eraan denkend, dat je daarmee de lucht in het hele schip verziekt door de recirculatie, die nodig was om de temperatuur weer wat lager te houden. Je zag de gang ook snel achteruit gaan in hygiëne, maar je kunt beter tegen een muur praten, want dan weet je dat je geen reactie krijgt.

Het dek met het restaurant

Een dek verder naar beneden en we komen in de kombuis, waar het eten wordt bereid, en de messroom er naast, waar het verorberd mag worden. De meeste Westerse mensen bleven er niet veel langer van vijf tot tien minuten hangen, de lokalen veel langer, maar die hadden veel te vertellen; met volle mond knagen en luid lullen, het kwam me zo ongeciviliseerd over, zelfs die schapen deden dat niet. Soms praten met consumptie ook, lekker als je er tegenover zit, maar ze hadden zelf nergens last van.

Na het eten gingen ze nog even in de dayroom zitten, op de bank die nog in het plastic zat; dan blijft ie netjes. En je kon er dan gerust in je vieze kleren op gaan zitten, natuurlijk.

clip_image014Het eten was eentonig, meestal te lang tevoren klaargemaakt en weggezet, dus niet erg warm meer op je bord. Het beste was nog het ijs dat zolang de voorraad strekte elke maaltijd beschikbaar was, maar zelfs de papieren servetten waren op rantsoen en soms dus gewoonweg op. Dan is het wachten op de stores, die soms toch weer een paar dagen later kwam dan besteld of gedacht. Je kon op één ding rekenen, dat je niet op de Egyptenaren kon rekenen.

Foto: Een autootjes met de schamele boodschappen.

Het drinken kon uit een dispenser worden gehaald, die vlak voor etenstijd was opgevuld en dus nog niet voldoende gekoeld was om lekker van te drinken. De vruchtensappen waren op rantsoen en wat overbleef was water in de flessen, die ook al niet te lang in de koelkast hadden gestaan. Omkomen van de honger zullen we niet, maar genoeglijk van een maaltijd genieten was er ook niet bij, een enkele uitzondering daargelaten. Het hing ook een beetje van de kok af, maar meestal waren het van die super-gelovige mannetjes, die zelfs onder het eten koken de citaten uit de Koran moesten horen, maar niet begrijpend dat daar niet iedereen van gediend was; het komt niet in ze op. Het ligt ook niet in hun aard, om rekening te houden met anderen. Dat moet iets typisch Europees zijn, denk ik, of misschien zelfs wel van een beperkt aantal landen in dat gebied, waar men multicultureel opgevoed wordt en opgroeit, terwijl dat hier vanzelfsprekend vooral mono-cultureel is, waarbij iedereen hetzelfde doet en leert, dus is er geen verschil tussen de vele mensen, die vaak erg dicht op elkaar zitten en geen eigen comfort-ruimte om zich heen behoeven, zoals de meeste Westerse mensen. Om enig onderscheid te maken in aanzien hadden velen een blauwe plek, of een rode plek, of een eeltplek of een ontstoken plek op hun voorhoofd, precies daar waar het hoofd op de grond komt als er gebeden wordt. Dát is dé manier om te laten zien dat men een gelovige moslim is, dus ergens is er onderlinge haat en nijd, want normaal gedrag kan ik dit niet noemen.

clip_image016 

De auteur dezes in relaxte houding in hotel Cecil Hotel Alexandrië.

Cultuur en verschillen

De argeloze bezoeker van dit land ziet verschillende soorten mensen op straat; ze zijn vrolijk westers gekleed – telefoontje met Facebook in de hand, of islamitisch met een hoofddoekje om in verschillende, soms zelfs vrolijke kleuren – ook met een telefoontje, of de dames lopen in een boerka die slechts de ogen vrijlaat, in de depressieve kleuren, zwart of donkerbruin – zonder aantoonbaar een telefoontje te bezitten. Maar de mannen met een plek op hun voorhoofd hebben het aanzien van de goede moslim. Ook de kleur van hun hoofddeksel is een teken van toewijding, dus uiterlijk vertoon is verweven met de cultuur. Hypocritisch gedrag, voer voor psychologen, die daaraan hun hele levensoeuvre aan kunnen wijden.

De overwegend islamitische cultuur staat geen homo’s toe, nee, die moeten zelfs in opdracht van het opperwezen gedood worden volgens de leer der gelovigen (plek op de kop), maar mannen die hand in hand of gearmd met elkaar over straat lopen schijnt dan weer normaal te zijn, terwijl ze elkaar ook op beide wangen kussen als ze elkaar weer eens zien, soms onderwijl in een jurk lopen, maar je mag niet van verkleden spreken.

Overigens, weet je waarom ze zo’n jurk aan hebben? Tenminste, dat denk ik, namelijk. om de in grote getalen aanwezige vieze en je steeds weer lastigvallende vliegen van je benen en armen te houden. Het barst van die vervelende insecten, al zal de hoeveelheid afval waarin men leeft daar ook vast mee te maken hebben, alsmede de onhygiënische toestanden. Daarom moeten die jurken en boerka’s uitgevonden zijn, zou het niet? Als ze wat vaker gewassen zouden worden, zonder doordraaien, dan zou het zelfs nog netjes kunnen zijn ook, maar nu is de lucht vaak niet te harden als je in de nabijheid van zo’n jurk bent.

clip_image018Zand, rommel en bedelaars

In Maleisië is dat in een proces vorige week scherp naar voren gekomen: moslims mogen zich niet als moslima’s voordoen, dus travestie mag niet. Ik ben blij dat ik er van verschoond ben gebleven, want alleen dat handen geven staat me al tegen, want ze wassen zich zelden met water én zeep. Ik zou zeker niet beledigd zijn als mij geen hand wordt aangereikt, zoals laatst een politica ervoer, eerder zal ik vervuld worden van blijheid, omdat er eindelijk één is die het begreep heeft. De politica maakte amok, maar begreep duidelijk niet dat ze gered werd van het krijgen van vieze ziektes. Die kleffe handjes zullen zeker vol bacteriën zitten, waarvan je vast niet gezonder gaat worden, als je ze daarna weer eens in je mond stopt of zo, om een stukje vlees tussen de tanden weg te steken. Maagkrampen zullen je deel zijn, is mij overkomen. Met medicijnen was dat wel weer gauw weg – je zou maar zonder medicijnen zitten, maar toch een nacht wakker gelegen met die krampen, die niet werden veroorzaakt door de erwten met worteltjes, punten en strepen in onze vaktaal, maar doordat iemand net met zijn vieze handen ergens heeft aangezeten en ik vlak daarna hetzelfde moest doen, zoals een deurkruk pakken om de deur te openen. Dichtdoen deed men zelden, dus de binnenkruk was meestal wel goed, maar daar kun je dan weer niet bijkomen als de deur toch eens dicht was gedaan, meestal door een Westerling. En dan de lucht die sommigen met zich meedragen! Zweetlucht of een odeur alsof ze net een flinke scheet hebben gelaten – strontlucht dus. Misselijkmakend en adembenemend, beide in letterlijke zin. Dagenlang dezelfde kleding aan, vast ook onderkleding (of hebben ze dat niet), en geen badkamer van de binnenkant gezien in dagen, zo niet weken. De schapen en geiten zijn beter te verdragen. Maar dat zijn geen mensen ….

clip_image020
 Kabelgoten, ingepakt met vuurvaste dekens tegen spetters van branden – Egyptische wijze, door mij afgekeurd.

De dagelijkse bijeenkomsten

De vergaderingen zullen me nog lang bijstaan, want zelden verliepen die chaotischer. Iedereen zat door elkaar heen te schreeuwen, terwijl er ook nog waren die in een telefoon zaten te blèren, breeduit gesticulerend, doen ze allemaal. Dat dagelijkse half uur, behalve op de vrijdag als men de moskee moest bezoeken, eindigde altijd met een hoop geharrewar en onduidelijkheid over wat er nu eigenlijk besproken was en gedaan

clip_image022 

Op en neer met de SPHL zonder het gewenste resultaat.

moest worden, en wie dat nu eigenlijk moest gaan doen. Van een leidinggevende persoon was geen sprake, een organisatie kon men dit niet noemen. Misschien dat er daarom zo verdomd weinig gebeurde, we weten het niet. Het hielp ook niet, dat de mensen van de werf pas na negen uur ’s morgens begonnen, ja, met roken en uitrusten van hun nachtelijke escapades waarschijnlijk, veel pauzes hadden en dan vroeg stopten voor het eten of het bidden, of om slaap in te halen. Het uurtje rust na het eten was vanzelfsprekend, dus om 1 uur ’s middags maar weer eens wat gaan doen, roken bijvoorbeeld, maar om twee uur wel eraan denken naar huis gaan, de werkplek alvast verlatend, en dan om half drie van de loopplank af – niemand zei er iets van, iedereen deed het, volkomen onafhankelijk van functie of positie.clip_image024Complete chaos in de bakboords machinekamer.

Ik vind dat minder dan een halve dag werken, maar de grote baas, de Superintendent, zei er verder ook niets van, ging ook zo vroeg weg; hij kan natuurlijk zijn broeders in religie niet gaan aanvallen. De supervisie van de werf was erg summier te noemen, zo al aanwezig, en de plannen van die supervisie kwamen niet altijd overeen met wat de wens van het scheepspersoneel was. Ze deden maar wat, gingen hun eigen gang, waren duidelijk laag- of ongeschoold en dus totaal incompetent voor wat er bereikt moest gaan worden, want de kwaliteit en het resultaat leek nergens op. Vele afgeleverde zaken moest worden overgedaan, raad eens door wie. Van een planning kon geen sprake zijn, maar toch verwachtte de leiding dat het schip halverwege december, binnen twee maanden dus, volledig vaarklaar zou zijn en men kon gaan duiken. Mijn tegenwerpingen werden van tafel geveegd. Nee, dat klusje van die motor even wisselen en aansluiten, proefvaren, DP-testen, certificeren van schip, DP-systeem en duiksystemen, en wat er allemaal nog meer was, peulenschillen voor de boys. Je moet het positief bekijken. Ja ja, inshallah. Goddelijke hulp was nodig en ver te zoeken, helaas.

clip_image026 

 En het zandstralen ging maar door – elke dag.

Vooruitgang in de machinekamer

De ballastkleppen zijn nu voor de vierde keer overhaald, dit is helemaal uit elkaar gehaald en dan schoon en met goed werkende onderdelen, soms nieuwe, weer in elkaar gezet, testen en in orde bevinden, en dankzij de inbreng van één van mijn werktuigkundigen is het nu eindelijk goed afgelopen, anders had de werf er hun levenstaak van kunnen maken. De tanken bleven ook maar open liggen, want de werf wilde er maar niet in om de door hen achtergelaten rommel er uit te halen. Tja, dan moet je het uiteindelijk toch zelf gaan doen, want anders gebeurt er echt niets meer.

Heel gevaarlijk ook om alle tanks open te laten terwijl het schip in het water ligt. Ik ben nu eindelijk zover, dat alle tanken van de machinekamer, dus de olie- en brandstoftanks, nagekeken, schoongemaakt en dichtgemaakt zijn. De dekdienst met de stuurlieden zorgen nog voor wat ballast- en drinkwater tanken, maar maken ook goede vorderingen door eigen inzet, dus zeker niet imagedankzij de harde werkers van de werf, terwijl we ondertussen ook vele andere zaken aanpakten.

Foto tekst: Een schoonmaker in de MK.

Na vele keren meten werd er toch besloten, dat de turbocharger van de kapotte motor af moest, inclusief de luchtkoeler die eronder zat. Dat werd dan ook direct gedaan, al maakte het de situatie in die machinekamer er niet veel beter op, zoals op de foto’s te zien is. De turbocharger hangt aan een stalen balk die er nog uitgesneden moet worden, dus waar gaan ze die turbo nu weer leggen? En daaronder, op de plaat zoals dat heet, kun je geen normale voet meer verzetten. Ze mogen het uitzoeken, ik ben thuis. clip_image028 De turbocharger hangt nu boven de motor.

Dat betekent ook, dat deze zaken van de nieuwe motor afgehaald moeten worden, anders kan de motor niet door het gat in het dek. Misschien dat ik daarvan later nog een foto via een collega ga krijgen, want het blijft interessant om te zien.

clip_image030Jammer genoeg zijn ze tot mijn laatste dag aan boord blijven zandstralen en de vervuiling ging steeds verder, tot diep in de accommodatie. De kakkerlakken hebben totaal geen last gehad van de toegediende verdelgingsmiddelen en de aantallen groeien duidelijk door, alsof ze kunstmest hebben gekregen. Ze trekken zich nergens wat van aan, maar dat zal inherent aan het land zijn, want dat doet niemand in Egypte eigenlijk.

Foto: Op de plaat geen doorkomen meer aan.

De SPHL, de reddingsboot voor de duikers, werd weer getest, maar dat ging niet goed. De sloep ging niet los als er aan de kabels werd getrokken die dat mechanisme in werking moest stellen, dus moest er aan geknutseld worden en mensen voor ingehuurd worden, die ook ernaar keken als een walrus naar een wortel: wat zal ik ermee doen? De kraanbok kwam er weer aan te pas en er werd herhaaldelijk geprobeerd om het mechanisme zijn werk te laten doen, want de surveyor was ter plekke, maar het mocht niet baten. Ondanks dat de experts eraan gewerkt hadden, een paar weken tevoren, maar die niet langer konden wachten op dingen die ook niet gebeurden en dus teruggingen naar Europa, was het mechanisme tekort geschoten. Zodra er gewicht in hing kon het niet meer open worden getrokken, en dat mocht natuurlijk niet. Het functioneerde uitstekend zodra de sloep op het water lag, maar niet als het een meter boven water hing, en dat is toch een vereiste van de classificatie: geen certificaat, kan niet werken.

Al met al zijn er dus wel wat positieve verschillen te ontdekken, maar toch meest in de machinekamer. Het dek ligt nog onder een laag stuifzand, de regen heeft het goed vastgebakken, dus dat wordt bikken, als de hogedrukspuit het niet redt, en die verwachting is er want het apparaat gaat steeds weer stuk in de onbekwame handen. Het is vechten tegen de bierkaai.

clip_image032 

Een bak langszij de PMS MAYO met SPHL en opspoellier

Mijn hut en de gang

De gang naar mijn hut had gewoon een cementen vloer. Nu, vijf weken later, is die vloer drie keer gerepareerd omdat er scheurtjes in kwamen, alles er in één keer uitgehaald weer en nu ligt er een laag steenwol waar overheen dan speciaal met siliconen aangemengd cement moest, waardoor ik de hele dag mijn hut niet in kon.

clip_image034 

De toegang tot mijn hut vijf weken geleden, rechts: van de week.

De kapitein, die tegenover mij zijn hut heeft, is vol vertrouwen, dat het deze keer goed gaat worden en na een paar egaliseerlagen en een laag lijm er vinyl opgezet kan worden. Ik hoop het voor hem, want voor hem is het zijn tweede volledige trip dat hij in de rommel van dat gangpad zit, want we zijn de veertiende week ingegaan voor wat betreft de reparatie van die gang. De dag erna constateerde ik wel dat de cementlaag een stuk harder was dan de vorige keren, dus inderdaad hoopvol. De verdere afwerking zal ik node moeten missen.

clip_image036 

De riante hut van de Chief Engineer, … ammehoela riant!

Hier nog een korte terugblik op mijn verblijf of hok, al naar gelang, aan boord van dit schip. We zien een bank en wat stoelen, die allemaal wel ergens stuk zijn, en de televisie, die vooral geruis en sneeuw te zien heeft gegeven. Niet dat ik het miste, want ik kijk toch al niet zo vaak en het nieuws kreeg ik wel via internet, meestal gewoon via mijn eigen laptop en een dongel voor het internet. Er stond ook een computer, maar met die lage stoel erbij was het geen werken op dat ding, dat op het scheepsnetwerk zou moeten staan, maar helaas, dat was er niet. Het goedwerkend scheepsnetwerk was maanden daarvoor weggehaald en niet vervangen. De IT-er was wel een keer langs geweest, zoals eerder bericht, maar meer dan internet, dat zeer traag was en er meer niet was dan wel, had ik niet en verder werd ook nergens naar gekeken. Die figuur die ik had weggetrapt kwam wel weer een paar keer opdagen, maar kreeg hetzelfde resultaat: opgehoepeld. Ik heb het niet op koekenbakkers. Op de computer in mijn kantoor installeerde ik een gratis antivirusprogramma en vond bijna 3600 bedreigingen! De rest van de computers aan boord hadden dat zeker ook, traag als dikke stront door een Melitafilter, zoals we dat hier zeggen. Dat schoot dus ook niet op, net zoals dat alle programma’s, van Windows XP en 7 tot Microsoft Office en Acrobat, volkomen illegale programma’s waren. Niet één programma was er gekocht, en dat voor een staatsbedrijf!! En dan ook nog een antivirusprogramma vergeten! Hoe dom kun je zijn, en wat zal het uiteindelijke resultaat zijn: niets om over naar huis te schrijven. Gelukkig heb ik alles goed geïnstalleerd op mijn eigen laptop, dus van infecties was geen sprake.

clip_image038 

De voorbrug, annex koffie-en rokershok.

Ik doe hierbij nog een foto van de voorbrug. Altijd een aardige aanblik, maar door de vele rommel en stof geeft het toch een droevige aanblik. Het eens zo trotse schip gaat snel bergafwaarts helaas. Zand, overal zand.

Nog een avondje de stad in

Natuurlijk was er ook de vrije vrijdag, die benut kon worden om de stad weer in te gaan, al was er niet veel te zien dan al het afval, zand en onafgewerkt materiaal overal, al was er deze keer wel iets dat de aandacht trok: boerderijdieren in de stad. Overal zag je wel van die schapen en koeien, dus er moest wat gaande zijn, wat alleen maar te maken kon hebben met de plaatselijke godsdienst.

clip_image040 
De schapen eten, en worden straks opgegeten.

clip_image042Jawel, over een week of zo zou het Idul Adha zijn, wat zoiets is als 100 dagen na het einde van de Ramadan, wat in Egypte gevierd wordt met 9 dagen vasten vooraf en drie dagen feesten daarna, waarbij al die dieren in het openbaar de keel doorgesneden zouden krijgen; ritueel geslacht heet dat dan, al kun je je niet iets luguberder voorstellen en er staan vrouwen en kinderen gewoon naar te kijken. De beesten stonden dicht bij elkaar, maar niet vast, zonder hek ook, terwijl hun soortgenoten of zelfs familieleden gestript aan haken achter hen hingen, meestal met een zwerm vliegen eromheen. Ik snap dan niet dat die diertjes gewoon maar blijven staan te wachten tot ze aan de beurt zijn; ze moeten toch weten dat als er één schaap over de dam is ….

Ik kwam toch weer terecht bij hotel Cecil Hotel en ging direct door naar het dakterras, waar men een bier schonk en ik nog een foto kon nemen van de geroemde toeristische attractie: het plein Saad Zaghloel, zie hieronder.

clip_image044 
Het plein Saad Zaghloel, dit is het, en meer niet.

Na het Chinese eten te hebben verorberd keerde ik terug naar het schip, en had de rest van de avond honger. In de messroom was de koelkast ook al leeg.

Nóg een stapavond!

De volgende avond ben ik met een collega teruggegaan om eindelijk die bar eens te zien. Maar we spraken eerst af bij een ander restaurant, dat aan de boulevard ligt, maar na twee biertjes had ik zo genoeg van de herrie van het verkeer, waarbij de claxon het belangrijkste instrument was en tot gevolg had dat ik in overtreffende trap moest spreken, en als ik ergens een grote hekel aan heb ….

clip_image046 
Giegel-meiden in een rijtuigje. Leuk!

We liepen terug naar hotel Cecil Hotel, onderwijl naar een paar dolle meiden in een rijtuigje zwaaiend, en gingen naar de bar op de eerste verdieping, waar het formidabel en genoeglijk rustig was, totdat later op de avond, we hadden eigenlijk al weg moeten zijn, een duo de rust verstoorde met veel te luide kamelengezang en bijbehorende jengelgeluiden, waarbij de juffer het natuurlijk weer op mij had voorzien en de hele tijd tegen me aan zat te janken als een krolse kat, met een driedubbel ingestelde echo – er was niets van te maken. clip_image048Het was haar om geld te doen vanzelf, een tip voor haar schone verrichtingen, maar ik vond er helemaal niets aantrekkelijks in of aan zitten en keerde mij wat vertoornd af naar de ober met het verzoek of hij de rekening in looppas kon brengen.

Foto: “Mijn” zangeres in volle actie.

Ze zong nog wat door, misschien om het wisselgeld, maar ook dat verdween grotendeels weer in de zak; de ober was fortuinlijker, maar hij had ons dan ook prima geholpen en steeds weer van een kostelijk koud biertje voorzien. Gelukkig konden we snel weer weg, enigszins in kennelijke staat toch, op zoek naar een taxi. Waar er anders tientallen om je aandacht staan te toeteren was er op dat tijdstip niet één, die ons te wille wilde zijn, totdat een paardenhoofd vlak clip_image050naast me opdoemde. Waarom ook niet! Mijn collega was na enige tijd ook overreden dit vervoermiddel te gebruiken en weldra zaten we in het rijtuigje en keken we naar het kont van het paard, of heet dat bibs bij zo’n edel dier?

Foto: Het kont van het paard.

De koetsier, mag het die naam hebben, leidde ons prima in een rustig gangetje naar de poort, waar de corrupte dienstdoende poortwachter moeilijkheden ging maken – we mochten er niet in en moesten twee kilometer omlopen om op hetzelfde plekje terecht te komen, en dat valt niet mee als je in licht-kennelijke staat verkeerd en regelmatig de volle blaas moet ontlasten door wildplassen. Dat maakt daar niet uit, sterker nog, dat schoont lekker op. Na wat heen een weer geharrewar ging hij overstag, het geld verdween als sneeuw voor de hete zon in zijn vieze handen. Goedenacht Habibi, riep ik hem nog na, maar de eikel had al geen interesse meer. Na zeker een kilometer en twee blaasontlastingen waren we weer terug bij ons mooie schip PMS Mayo, waar we voorzichtig de loopplank op klauterde, wat weer vieze handen opleverde. Handen wassen, te bed, en snel!

clip_image052 
 Koetsier en passagier in Alexandrië.

De reis terug naar huis

Eindelijk is dan de dag aangebroken dat ik weer op huis af kan gaan. Omdat er maar twee mensen vanaf het schip naar Caïro gaan en er niemand uit Caïro komt om ons af te lossen wordt de verwachting uitgesproken, dat de auto vroeg kan zijn; tussen 9 en 10 uur ’s morgens. Helaas gaat dat feest niet door, naar zeggen, omdat de immigratie-officier die ons paspoort moet verzorgen, twee uur lang niet op zijn plaats kan zijn wegens andere bezigheden.

clip_image054Tja, zo gaat dat in dit soort landen; het lijkt Indonesië wel! Mij geeft het niet, want ik heb de volgende dag de hele dag nog, maar mijn collega moet die nacht al vliegen. Zijn dutje in het hotel vóór het vliegen is afgepakt.

Foto: Steile loopplank!

Eindelijk om half twee komt het verlossende telefoontje, dat de auto er is – hij kwam uit Caïro. Ik nam van de rest van de overgebleven bemanning nog snel afscheid en sjouwde met mijn koffer op de schouder de smalle steile loopplank af. Dat gaat treetje voor treetje, want het is echt steil en nog glad ook door al dat fijne zand dat overal ligt. Het zal zo’n tien meter hoog zijn, en dat is een aardige smak, dus voorzichtigheid was geboden. Er was niemand die een poot uitstak, natuurlijk.

Geen auto te zien toen we op de vervuilde kade stonden. Ik keek eens naar mijn handen: helemaal zwart van de troep. Lekker, ga je op reis, net gedoucht en onder aan het schip ben je alweer vies. De rotzooi op de kade was afkomstig van alle vuilnis die daar nog steeds lag, het zand dat nog steeds werd gebruikt voor het zandstralen, houten pellets, staalplaten en een luchtcompressor, die door olielekkage het zand zwart had gekleurd, een bewijs dat er niet veel aan oliewisseling wordt gedaan. Doordat er een zeldzame gebeurtenis had plaatsgevonden, het had geregend, lagen er ook nog plassen. De koffer moest gedragen worden tot buiten de vervuilde en natte zone, want ook de auto stond een honderd meter weg. Het was een prachtige bolide, een Chief Engineer waardig, maar niet heus. Een viezer ding kun je je niet voorstellen. Het leek op een Lada, clip_image056 Onprettig vervoermiddel.

waarvan de vering volkomen kapot was, zoals we merkten, de witte kleur totaal vervaagd was, en het interieur was ondanks de plastic zakken, die over de stoelen waren gedrapeerd smerig, smerig, smerig; en nog kapot ook. Ik kwam er snel achter dat dit gevaar op de weg ons gelukkig niet naar Caïro zou brengen, want dan had ik beter de trein kunnen nemen – ze zouden toch al uit het stoomtrein tijdperk zijn?

We stapten in, ik voorin al was mijn collega groter maar hij was lager in rang, en draaide gelijk de moskeegebeden uit die uit de radio blèrden – daar was ik niet voor gekomen. We reden stapvoets naar het eerste hek: paspoorten! Nee, die hadden we niet, want die waren bij de immigratie. Naam opschrijven dan. Ondertussen was er een moslim aan mijn kant op het dak gaan hangen en kijk breed lachend naar binnen en naar mij. Ik begrijp zulke gebaren niet, dus lachte ik niet mee, maar keek meer in de trant van: wat moet je, joh? En: ga eens ergens anders hangen, stinkerd. Maar het lijkt wel of dergelijke bodylanguage slechts het averechts oplevert. Opeens zag ik iets door de lucht springen; het kwam op mijn vinger terecht. Een inspectie leerde dat het een luis was, of een vlo, die ik snel weer terugblies in de richting van

clip_image059 clip_image058

Links een vlo en rechts een luis

zijn vorige gastheer, die vreemd opkeek en zich gelukkig enkele stappen van mijn raam verwijderde, mij achterlatend met de vraag hoeveel andere luizen of vlooien er waren overgesprongen, en: breng ik die parasieten nu mee naar huis. Veel tijd om erover na te denken had ik niet, want we konden verder: alhamduhlillah, oftewel, dank u God. De schurftige Arab werd geen blik meer waardig gegund, maar ruiken deed ik hem nog wel. Misschien verwachte de vriendelijke viespeuk dat ik hem nog uitzwaaide of een hand gaf? JAGGGHHH! Maar ja, ik was onderweg om uit die vieze troep te komen.

clip_image061 
 Een stal op straat.

De volgende port was de poort van de vijf pond corruptie, maar daar werden we verwacht en we mochten direct door de poort de straat op, die veranderd was in een soort openluchtstal voor koeien en schapen en geiten die straks allemaal hun strot doorgesneden gingen krijgen; ze hadden nog een weekje, al werden er dagelijks dieren gevild. In Indonesië noemen ze dat Idul Adaha, al vastte men daar niet, dat was voorbehouden voor de Ramadan-periode.

clip_image063 
Vijf Pond voor de corruptie.

We mochten het wrak van een vervoermiddel uit en eventjes later kwam er een redelijke bus aanrijden, die al het verkeer vastzette door zijn omvang en manier van parkeren, al had het ook te doen met de manier van rijden van de andere auto’s. Ze krijgen vast hun rijbewijs bij een pak suiker cadeau.

Naar Caïro

Wij in die bus, de koffers achterin en rijden maar. Nou ja, rijden. Alles stond vast, dus het ging voetje voor voetje naar de boulevard langs de baai, die ook al volstond onder luid claxonneren. Het duurde een uur voordat we uit die kluwen waren en op de hoofdweg naar Caïro zaten, waar het nog steeds druk was en alle auto’s kriskras door elkaar reden, soms minder dan twee meter afstand houdend bij zeker 80 km/uur. Vier rijen dik op een tweebaansweg, je kent dat wel.

clip_image065 
Verkeer in Egypte – één groot gekkenhuis.

Te snel, te dicht op elkaar, geen verkeersregels, hard remmen, snelle rukken aan het stuur ter voorkoming van een stukken spiegel; het was niet comfortabel. Gelukkig hield de chauffeur zijn muziek zachtjes, maar moest wel telefoneren met luide krasse stem, waarbij natuurlijk ook zijn handen gebruikt moesten worden, zodat er een hand tekort was om aan het stuur te houden. Ik zat achterin, maar niet in de riemen; stuk dus.

Na een half uurtje op de hoofdweg moest hij een benzinestation zoeken, waar ze nog benzine hadden, want dat was kennelijk niet overal zo. Er was schaarste. Het volgende station was raak en gelukkig waren we niet de enige. Druk pratend met elkaar, schoot de rij auto’s voor het ene tankstation met slechts twee slangen, één in gebruik, ook niet erg op. Toen was de benzine op en moest er een andere tank worden opengezet, maar wij stonden natuurlijk op het deksel waaronder de afsluiters zaten. Achteruit rijden, met achter je een hele rij auto’s, dat kost wat tijd voor de organisatie. We hadden genoeg. Ik ging er uit en naar het supertje dat erbij stond. Verbazingwekkend genoeg vond ik daar een behoorlijk schone WC en kon ik eindelijk mijn handen weer schoonwassen, want er was zelfs zeep en was voorzien van papieren handdoeken.

Weer onderweg voor een half uur stopte de man aan de kant van de weg en maakte rare bewegingen van overgave met zijn handen. Ja, er was een moskee aan de kant van de parallelweg en hij moest even gaan bidden; of het goed was. Ach, als je al zover bent, dan kun je dat ook niet meer weigeren, dus ik zei hem dat het goed was en dat wij hier wel zouden wachten, oftewel: wij gingen dus niet mee bidden en we zouden niet zijn auto jatten, want de A/C moest blijven draaien natuurlijk.

CAÏRO!

Uiteindelijk kwamen we tegen de avond Caïro binnen, gelukkig aan de goede kant, want aan de andere kant van de weg stond alles stil, kilometers lang. Opeens zagen we de piramides aan de rechterkant, dus die hebben we ook in de gauwigheid gezien. Mooi.

clip_image067 
Wat verder weg, maar ze staan er echt: de piramides.

Al dat zand ook. Het begon al donker te worden toen we eindelijk bij het hotel waren, een erg groot hotel. Na inchecken ging ik naar het fitnesscentrum, mijn collega zou aan de bar wachten, waarna we zouden gaan eten, maar toen ik terug kwam zat hij al in het restaurant. Gelijk had hij, hij moest om één uur ’s nachts weer op pad, ik pas de volgende middag. Hij ging gauw een hazenslaapje doen, ik dineerde alleen verder en ging terug naar de koude kamer; zelden vind je een hotel waar je de temperatuur kunt regelen naar believen, en die van mijn waren hoog. Graag 26 tot 28 graden, maar het was stukken minder. In bed zou het wel gauw warmer zijn.

clip_image069 
Hotel Concorde, de binnenplaats.

De volgende dag had ik na het ontbijt nog alle tijd voor een bezoek aan het fitnesscentrum, dat behoorlijk goed was voorzien. Maar de elektriciteit was uit en de noodgenerator van het hotel kon niet alles voeden. Gevolg: geen A/C op de kamers, slechts één lift beschikbaar waar je dus een eeuwigheid op moest wachten en het restaurant dicht, want de oven kon niet aan. Het koste allemaal veel tijd. Een snelle

clip_image071 
Goede lunch, geflankeerd door een lekkere Egyptische rode wijn.

lunch, het voorafje was een Caesar salade met gerookte Noorse zalm, en de koffer weer inpakken; het zou zeker 29 uur duren voordat ik weer een gewone maaltijd zou hebben, dacht ik.

Kan ik eindelijk het land uit?

De bus naar het vliegveld zou om drie uur vertrekken, dus een klein tukje kon er ook niet meer van af, waar ik toen te vroeg was om direct in te checken. Na later de instapkaarten voor beide vluchten in ontvangst te hebben genomen, direct door

clip_image073 In-check balie, nog niet open, vele wachtenden.

clip_image075naar de immigratie, en vandaar naar de bar bovenin het gebouw, waar een Heineken tapbiertje met prima smaakte. Gelukkig was dit dus een betaalde dag! Alhamduhlilla. De volgende dag was ook nog een betaalde dag, het lijkt wel vakantie. Eindelijk kon ik dit vieze land uit, een blok valt van je af.
Ik kwam midden in de nacht op Dubai aan, zocht mijn vertrekhal op en kwam weer in de Ierse Pub terecht, die ik op de heenreis ook had bezocht. Na een heerlijk Australisch biertje van de tap, één pint, en een chicken-en-mushroom-pie die ook weggespoeld werd met een grote bier naar de gate, en het vliegtuig in, dat drie kwartier te laat vertrok. We moeten onderweg wat ingehaald hebben, de wind in de rug en 1000 km/uur schiet lekker op, want we kwamen maar een kwartier te laat in Singapore aan, waar echtgenote Ayu al stond te wachten in de aankomsthal. Ze had de vorige dag al inkopen gedaan, meest allemaal eten, zodat ik niets te kort zou komen in de korte tijd dat ik thuis zou zijn. Na een heerlijke bak koffie bij Starbucks in de aankomsthal namen we de taxi naar de ferryterminal. De tickets waren al geboekt, al bleek er meer dan voldoende ruimte te zijn op de boot. De bagage ingecheckt en wachten op de boot, die ook al tien minuten te laat was: ik was weer terug in Zuidoost Azië: rustigjes aan. Op de boot werd onze normale taxi besteld, die op tijd was. We waren om 7 uur ’s avonds thuis, uitpakken en eten. Twee computers hadden opstartproblemen, die gelijk verholpen en een blijde zoon daarmee makend, die een paar dagen zijn games had moeten missen. E-mails kijken en beantwoorden, en dan naar bed, want ik was afgepeigerd!

Einde reis nr. 179, op naar de volgende,
want die gaat er zeker komen.

Gaat dit een vervolg krijgen?

imageTja, de vraag werd natuurlijk gesteld of ik terug zou komen. Het nieuws kwam dat de vorige kapitein niet meer terug zou keren, nadat hij zeker 8 jaar op het schip had gewerkt; hij kon er niet meer tegen. De kapitein die aan boord was vond dat heel erg jammer en de verwachting is, dat hij dus ook niet meer gaat terugkomen. Kijkend naar wat ik boven heb beschreven, mag dus wel geconcludeerd worden, dat het daar een vies zootje is, wat door niemand van het land zelf serieus wordt genomen. Als je zo vijf weken in deze omstandigheden hebt geleefd, ben je wel even toe aan iets geciviliseerders, dacht ik zo. Dit is vele malen erger dan kamperen, waarbij soms ook dingen ontbeert, en ook gevangenen hebben het waarschijnlijk stukken beter in hun cel. Normaal gesproken kunnen wij zeelui ook niet van een schip af. Nee, ik heb beter meegemaakt, niet echt slechter, al moet ik mijn twee trips in Nigeria toch ook wel in dezelfde categorie inschalen. Ook Afrika dus.

Foto: Restaurant-decoratie.

Ook de superintendent, mijn grootste support aan boord en tussenpersoon naar het kantoor toe, wil graag dat ik terugkom, maar ik beloofde het hem niet. We kwamen overeen, dat ik na een weekje vakantie hem zou berichten wat ik zou gaan doen en dat ik hem een rapport zou doen toekomen met mijn visie over de gang van zaken op het schip, zodat hij dat aan zijn superieuren kon geven om te bespreken en de noodzakelijke veranderingen zou kunnen gaan bewerkstelligen – hij zal de zak wel krijgen dan. Dat rapport zal ik volgende week gaan maken en de lezer hier daarvan deelgenoot maken. Het zal geen super-positief verhaal worden, maar wel de waarheid. Het zal de lezer inzicht geven over de werkwijze van grote staatsbedrijven in een corrupt land als Egypte.

Maar een geheim kan ik alvast wel verklappen: ik kreeg in deze periode diverse aanbiedingen om te komen werken, de één nog beter dan de ander, en allemaal beter dan waar ik in Egypte was, maar ik heb gekozen voor een werkgever waarbij ik al eerder werkte en wat me goed beviel, wat overigens aan de kant van die werkgever ook zo was. Dus: binnenkort zal ik naar een ander schip gaan om een project te gaan leiden als

clip_image077
De volgende boot, hier in 2010 in aanbouw in Singapore.

Project Manager en na dat project, wat naar verwachting een maand gaat duren, weer als Chief Engineer de technische zaken van het schip gaan leiden. Ik doe een foto van dat schip hierbij, waarop ik al eerder bij de nieuwbouw heb gewerkt. Maar dat komt allemaal in het volgende verhaal, al zal het misschien een maand duren voordat het weer hier gepubliceerd wordt. Misschien dat ik tussendoor nog een verhaal kan maken over mijn huidige woonplaats: Tanjung Pinang en ons huis Negara Kodok Panas – betekenis: warm kikkerland.

clip_image079

clip_image080Ik dank hierbij alle lezers die in grote getale belangstelling voor mijn artikels hebben getoond, en Andijker Nieuws Net voor de mogelijkheid dit aan een breed publiek beschikbaar te maken.

Graag tot ziens bij een volgend verhaal, maar mis volgende week niet.

clip_image082

Tekst & Foto’s © Martin Baltes – APB | Andijker Nieuws Net

image
Dit kaartje geeft de locatie (rode cirkel) aan van de PMS Mayo in de haven van Alexandrië in Egypte.

Vorige delen
  • Deel 1 – Eindelijk weer eens onderweg
  • Deel 2 – Rondje over het schip
  • Deel 3 – Het valt niet altijd mee
  • Deel 4 – Vooruitgang?
  • Deel 5 –  Laatste loodjes – wat te doen?’
  • 2 Reacties

    1. Een ervaring rijker ….

    2. Martin, ben je toch mooi ontsnapt aan die ellende, nu weet ik dat gedeelde smart beter is. Maar ik ben blij dat ik, zeker na je artikelen te hebben gelezen, niet op je aanbod ben ingegaan. De cultuur daar nekt je, en met hoeveel goede bedoelingen en hard werken je het ook probeert. Dat project daar is gedoemd om te mislukken. Wel jammer want ik ben mijn carriere op het zusterschip van de Mayo begonnen en dat was een heel fijn schip. Het laatste bericht met veel plezier gelezen en gegruwd van de vuiligheid en het oncomfortabele reizen. Geniet van je verlof, je bent weer in de beschaafde wereld.
      Groeten Rein

    Reacties zijn gesloten.