Martin Baltes: De Trip naar Egypte | Deel 1: “Eindelijk weer eens onderweg!”

Oud-Andijker Martin Baltes bevaart de wereldzeeën als chief-engineer. Via satelliet stuurde Martin Baltes in 2011 zijn verhalen naar de redactie van APB | Andijker Nieuws Net over zijn trip naar Dutch Habor. Vanaf vandaag kunt u lezen “Een trip naar Egypte”. Een nieuw avontuur, met heel andere omstandigheden en voorzien van foto’s en anekdotes…
Oud-Andijker Martin Baltes bevaart de wereldzeeën als chief-engineer. Via satelliet stuurde Martin Baltes in 2011 zijn verhalen naar de redactie van APB | Andijker Nieuws Net over zijn trip naar
Dutch Habor.

Vanaf 17 september kunt u op deze site “De trip naar Egypte” lezen. Een nieuw avontuur, met heel andere omstandigheden en voorzien van foto’s en anekdotes…

image

De Trip naar Egypte


Eigenlijk duurde mijn vakantie te lang naar mijn zin, nadat ik acht weken in Thailand op een DSV, een schip dat met duikers op zee werkt, had gezeten. Dat was een aardige trip geweest, al waren we nauwelijks gaan varen en lagen we meestal voor de kant. Er werd onderhoud verricht en er was een nieuwe installatie welke tezamen reden was om het schip weer helemaal te testen, voordat het weer zijn werk als duiker-moederschip zou kunnen worden gecertificeerd en ingezet. Het inbouwen van een nieuw alarmsysteem, geheel gecomputeriseerd, nam de meeste tijd in beslag, maar toen ik mijn periode aan boord beëindigde was het klaar en werd het direct gemobiliseerd om een duik-klus te gaan doen aan onderzeese pijpleidingen. Ik had het voornemen gehad twee tot drie maanden thuis te blijven voordat ik een volgende klus ging aannemen, maar ook na diverse pogingen een klus te krijgen, kwam er maar niets dat de moeite waard was.

clip_image001

En zo zat ik al vier maanden thuis toen er een email kwam met het verzoek om naar de PMS Mayo te gaan, die in Egypte lag. Het was het zusterschip, een tweelingschip eigenlijk, van de vorige DSV, die destijds voor dezelfde maatschappij waren gebouwd, maar later was verkocht aan verschillende bedrijven. Met de klus in Thailand nog in het hoofd was het een aardig aanbod, mede omdat ik natuurlijk dat schip al kende, en omdat het niet in de verwachting lag dat er snel een andere klus zou komen in deze crisistijd nam ik het aan. Het agentschap zou verder verzorgen dat alles geregeld werd dat ik er heen zou gaan, dus het wachten was op de beslissing van de eigenaar van het schip, een Egyptisch overheidsbedrijf, maar ik zou twee dagen later wel vertrekken. Koffers pakken dus!

Maar het werd later en later en na een week werd het wel weer eens tijd om wat te vernemen, dus een email eruit en het bericht terug was dat ik de klus zeker had, maar met moest nog een handtekening hebben om het geld te mogen uitgeven voor een vliegtuigticket. De koffer bleef staan en het duurde nog anderhalve week voordat eindelijk het bericht kwam dat ik weg kon: het contract werd getekend en de vliegreis werd geboekt.

Het vertrek en de vliegreis

clip_image003
Een dag tevoren ging ik naar Singapore, omdat ik daarvandaan zou vertrekken in de ochtend, en de echtgenote ging mee omdat de geboekte hotelkamer toch twee mensen kon hebben en er moest nodig weer boodschappen gedaan worden. Het hotel was een prima onderkomen, waarbij alle luxe aanwezig was. Bovendien stond het op het vliegveld en ik kon na het uitchecken lopend naar de incheckbalie van de Emiraten. In had al via internet een stoel gereserveerd, maar de koffer moest natuurlijk ook nog een kaartje krijgen. Het vliegtuig bleek een Boeing 777-300 te zijn, een nieuw en modern vliegtuig. Het zou in net meer dan 7 uur naar Dubai vliegen met een snelheid van net boven 900 km/uur ofwel Mach 0,83, een veilig marge vanaf het doorbreken van de geluidsbarrière, wat maar extra spanning zou geven aan de constructie. In Dubai diende er overgestapt te worden voor een vlucht naar Caïro, die ook nog eens iets meer dan drie uur moest gaan duren. Ondanks de latere vertrektijd vanuit Singapore kwam ik met voldoende marge in Dubai aan. De overstaptijd was nog ruimschoots voldoende om een flinke bier achterover te slaan in de Ierse Pub op terminal 3, maar voor een tweede was er geen tijd meer. De veiligheidscontrole voor de transferpassagiers was wat chaotisch verlopen en kostte daarom meer tijd dan voorzien.
Het volgende toestel bleek een Airbus 340-300, die met een stuk lager snelheid kon vliegen, 700 km/uur of daaromtrent. Ook dit toestel vertrok met een vertraging, maar zou toch op de geplande tijd aankomen in Caïro.

Caïro

Het liep al tegen de avond toen ik eindelijk in Caïro landde, waar ik werd opgewacht door Ahmed, een man van het hotel, waarin ik die nacht zou verblijven, en die mij verder door immigratie leidde, nadat ik zelf een visum had gekocht. De koffer was er ook al, dus op de bus van het hotel gewacht en daar weer inchecken; het hotel Radisson Blue ligt dichtbij het vliegveld dus het was maar tien minuten rijden. Ik was daarmee nog niet klaar of er kwamen twee personen op me af die zich aan mij voorstelden: Mohamed en Mustafa, die me vroegen of we ergens konden praten om me op de hoogte te brengen van de stand van zaken op het schip waar ik de volgende ochtend heen gereden zou worden; het bevond zich in Alexandrië, hier gewoon Alex genoemd.

clip_image004De twee mannen namen me mee naar een rustige plek buiten op het terras, waar ik een grote bier kreeg voorgeschoteld, zelf namen ze een thee. Ze waren blij dat ik er was, want er waren nogal grote moeilijkheden op het schip, waarvan men dacht dat de bemanning die opzettelijk had gemaakt. Het was begonnen toen er een motor bijna ontploft was. Er was een drijfstang, waaraan de zuiger vast zit, gebroken en die was door de zijkant naar buiten gekomen. De motor kon niet meer gerepareerd worden, want de veroorzaakte schade was enorm. Er moest een nieuwe motor gaan komen, en dus ook de kapotte eruit, waarvoor een dek moest worden opengesneden en alle machines van dat dek moesten worden weggehaald en later weer teruggezet. Tja, een flinke klus, maar daar zouden mensen voor aan boord komen. De uiteindelijke oorzaak van de schade moest nog worden opgespoord en men had al gevonden dat een verkeerde montage van het lagerhuis van die betreffende drijfstang, waarvoor de vorige Chief Engineer verantwoordelijk was, de boosdoener was. Maar omdat de beide Chief Engineers en hun Tweede Engineers al heel lang met elkaar werkten, hadden ze de schuld gezamenlijk op zich genomen en dus mochten ze naar huis, en kwamen niet meer terug: de hele technische dienst met jarenlange ervaring met het schip in één klap weg. Tijdelijk zou er een lokale Chief Engineer de leiding krijgen, maar helaas had deze man geen ervaring op dit soort schepen en had in de 8 weken die hij aan boord zat ook niet erg veel uitgespookt, werd mij later duidelijk. De anderen waren ook nog niet vervangen, dus het aantal mensen was zeer beperkt geworden, zo werd mij duidelijk gemaakt. Het zou een deel van mijn taak worden de mensen te beoordelen en aanbevelingen te doen voor vervanging, waarbij de kapiteins niet gespaard hoefden te worden (!).

Een vreemde manier van doen, zo had ik dat nog niet meegemaakt. Dat begint goed, dacht ik, direct middenin politieke problemen en als spion functioneren. Daar zou vast meer aan de hand zijn, verwachte ik.

Ze bleven doorpraten en bestelde nóg een bier, maar ik begon meer trek te krijgen in een gezonde nachtrust. Eindelijk, na bijna twee uur praten en een telefoon in ontvangst te hebben genomen voor makkelijker contact met deze en andere mannen, kon ik mijn kamer gaan opzoeken en even bijkomen van de lange reis daarheen.

Het was een ruim opgezette kamer, maar veel oog kon ik er niet voor hebben. Binnen een kwartier lag ik te slapen, nadat ik ervoor gezorgd had dat ik in ieder geval op tijd wakker zou worden om te douchen, te eten en weer de koffer in gereedheid te brengen, want de chauffeur zou stipt op tijd zijn: half zeven rijden.

De volgende ochtend al vroeger wakker dan de wekker: jet-lag. Snel douchen en op weg naar het restaurant, waar ik een uitstekend ontbijt vond. Alles wat men maar kon bedenken was er; gelukkig wel. Het hotel was verder keurig netjes en van alle gemakken voorzien. Als je zo kijkt naar het plaatje hiernaast, het uitzicht vanuit de kamer, had dat zo maar heel anders kunnen zijn. Maar het hotel was een oase in de woestenij van afval, beton en blik.

Na het ontbijt even snel de tanden geschrobd, de koffer gepakt en terug naar de lobby om uit te checken. Het was precies half zeven toen ik daar aankwam en de chauffeur de voordeur binnenkwam. Binnen twee minuten zat ik in een redelijk oude Toyota sedan en gingen we op weg naar Alexandrië.

Naar Alexandrië

Al gauw had de chauffeur de gang er goed in zitten. Met een enorme vaart, waarvoor je in Nederland direct je rijbewijs kunt inleveren, manoeuvreerde hij, links en rechts inhalend, al het op het oog chaotisch rijdende verkeer op de weg binnen de bebouwde kom van Caïro voorbij, waarbij snelheden van over de honderd kilometer werden geklokt. Hij was niet de enige, zag ik wel. Soms werden wij zelfs ingehaald. Prettig was het niet en toen er ook nog eens een soort muziek luid werd opgezet die direct uit de moskee leek te komen vond ik het tijd worden wat temperende woorden te gebruiken. Dat werkte goed; de muziek werd zachtjes gezet en hij ging wat minder tekeer in het verkeer, al duurde dat niet lang. We waren even later buiten de stad en op een soort snelweg en de

clip_image006 clip_image010 clip_image008

snelheid ging snel over 120, met links en rechts af en toe een nederzetting of dorpje, soms een plantage van het één of ander, kamelen, ezelwagens, motoren en zand. Veel zand. Het gekke was, dat er af en toe van een soort verkeersdrempels in de hoofdweg waren gezet, vier achter elkaar, waar het verkeer dan bijna stilstond. En daar kom je dan met 120 aan scheuren, mensen over de weg, busjes, rare gebouwde dingetjes waar wat onbestemds werd verkocht, en meer chaos, maar het liep steeds weer goed af.

Vreemde auto’s waren er ook. Een Ford Taunus met van die vleugeltjes achter bijvoorbeeld. Dan praat je over de 60-er jaren; en dat reed daar gewoon nog. Ook een Mercedes uit die tijd reden we voorbij; destijds een dure kar, nu een totaal misplaatst vervoermiddel. Maar ja, daar dus niet zo.

clip_image013 clip_image014

Het was minder dan drie uur na vertrek uit Caïro dat we Alexandrië binnen reden, waar het verkeer veel drukker en even zoveel chaotischer was, waarbij het respect voor voetgangers totaal afwezig was. Men moest toch ergens oversteken, maar oversteekplaatsen zag ik lang niet overal. En maar doorscheuren met hoge snelheden, en hard op de rem. Zonder claxon waren we ook nergens gekomen.

We reden wat weggetjes in, langs de zee opeens, dan weer terug op dezelfde weg, dan weer ergens afslaan, dat ik dacht: wat moet je toch in die armoedige wijkjes, maar we moesten naar de haveningang en die lag daar toevalligerwijze. Ook kwamen we langs een plek waar vele mensen met spandoeken aan het demonstreren waren; het was maar een klein groepje, maar het zal wel verband hebben gehouden met een film die laatst in de publiciteit is gekomen. Maar eerst moest er een pas worden gemaakt, dus weer mijn paspoort nodig. Die mag dan wel niet gekopieerd worden, maar daar doet men toch niet anders, en anders kom je nergens. Ondertussen wachtte ik in de auto, waarin de temperatuur flink was gestegen, nadat de airconditioning was stopgezet met de motor van de auto toen we er aankwamen. Het raam was opengedraaid en de stank van ontbindend afval en riool was erg aanwezig, net als de hordes vliegen die met verbazingwekkende snelheid over de weg heen en weer vlogen. Mensen liepen er af en aan, af en toe een kind die gedragen werd, want lekker lopen was het niet met de prut die in de straat lag – en het had niet eens geregend!

clip_image016De chauffeur ging in een koffiehuis thee drinken, vroeg me later erbij te komen want hij had mijn paspoort nodig, maar ik bedankte voor de thee die vriendelijk werd aangeboden. Waterpijpen, waaraan verscheidene personen lurkten, verspreidden ook een bepaalde geur die ik niet lekker kon vinden, en ook hier rookte iedereen van die stinkende sigaretten. Gelukkig duurde het allemaal niet echt lang en kon ik met een andere wagen het haventerrein op, onderweg naar het schip PMS MAYO dat mijn huis zou worden voor de komende weken. Tussen de gebouwen door zag ik het schip al liggen, maar we moesten nog door wat bochtjes heen wringen en langs een kraan kruipen voordat ik naast het schip stond en eens omhoog keek naar een gangway, de loopplank, om aan boord te komen. Het was een vrij steile klim, waarbij de treden niet erg stevig leken en gekanteld waren; je kon er zo vanaf glijden. Met de rugzak op de rug en de koffer op de schouder begon ik langzaamaan aan de klim naar het bovendek, me met één hand nog kunnen vasthoudend aan de handrail. Geen ongevaarlijke onderneming, maar ik kwam weer eens goed boven en werd direct door de kapitein verwelkomd. Ik liep gelijk door naar binnen en schrok van de rommel. Nu ben ik wel meer op een schip geweest die op een scheepswerf aan het repareren was, maar dit was wel iets meer dan normaal verwacht kon worden.

clip_image018Maar goed, ik naar binnen en naar mijn hut. Mijn hemel! Dat was ook al zo vuil en drommelig. Ik zette mijn koffer maar neer, en de rugzak af en zocht de brug op, waar ik de andere, lokale, Chief Engineer vond. Het was duidelijk dat hij zo snel mogelijk van de boot af wilde en begon direct met de overdracht. Binnen vijf minuten wist ik al dat hij niets te vertellen had, want hij had totaal geen ervaring op dit soort schepen. Hij was acht weken aan boord geweest en had eigenlijk niets zinnigs gedaan; zelfs de computer zou zijn gecrasht en alle gegevens waren weg, zei hij . Na vijftien minuten had ik wel genoeg van zijn lege woorden en vertelde hem dat hij weg kon. Hij klaarde helemaal op, ging nog even douchen en vertrok zonder verder afscheid te nemen. Ik zocht de campboss op, die mede voor de hutten zorgt en verzocht hem mijn hut een wat grondiger schoonmaakbeurt te geven dan gewoonlijk. De plaatselijk bediende werd daarvoor ingezet; niet begrijpend wat hij moest doen heb ik hem maar de instructies gegeven. Voor hem was het al schoon genoeg – hoe zou het bij hem thuis zijn, vraag je je dan af. De Franse slag werd redelijk gehanteerd, maar er was toch resultaat geboekt en de standaard was iets verhoogt. Ik begreep ook wel snel, dat dit het niveau van levensstandaard zou worden voor de rest van mijn verblijf. Ik had het wel eens slechter gehad, maar niet echt veel slechter …..

Begrijp ik ook waarom die vent zo snel weg wilde! Voor mij was er even geen weg terug, ik moest er maar weer het beste van zien te maken en dat valt niet mee, zo zullen we zien in het volgende deel.

Martin Baltes

Over deze advertenties