Andijk – Ik ben in Amsterdam geboren en opgegroeid. Na mijn militaire diensttijd werd ik buschauffeur bij de firma Maarse en Kroon. Het was in die tijd dat ik kennis maakte met Andijk, de plaats waar ik later zou gaan wonen. Mijn hobby en uitlaatklep was het karpervissen en regelmatig ging ik vergezeld van collega’s en vrienden een dagje naar Andijk en de visput om daar op karper te vissen. Het was in de tijd dat de put nog relatief primitief ingericht was. Er waren geen mooie paden en er stond geen clubhuis langs de kant. Aan de noordzijde was een rimboe van riet en in het water gezakte wilgenstruiken en mijnheer en mevrouw Korsman die in het witte huisje bij de put woonden verzorgden de dagvergunningen. s ’Morgens vroeg ging mevrouw Korsman al met de vergunningen, een grote kan koffie en koeken rond om de vissers van de benodigde faciliteiten te voorzien.
Het verenigingsgebouw en de invalidensteiger op de Visput
Een nat pak
Op een dag ging ik met mijn baas, (een hond heeft een baas), een dagje vissen in de visput van Andijk. Het was nog schemerig toen we bij de visput aankwamen. Snel de visspullen uit de auto en naar de noordkant bezijden de grote rietkraag gebracht. Jan, (mijn baas), zei dat ik het beste in de rietkraag op een oud en groot zwanenest kon gaan staan omdat die stek altijd karpers opleverde. Zogezegd zo gedaan en ik ging over een smalle loopplank met mijn spullen naar het zwanenest. De hengel werd opgetuigd en de haak werd van een brok gekookte aardappel voorzien. Voorzichtig liet ik het aas achter de rieten zakken. Ik stond zo enige tijd te vissen toen ik natte voeten kreeg. Het zwanenest zakte langzaam onder water. Op dat moment kreeg ik een aanbeet en ik sloeg vast op naar het schijnt een grote karper. Inmiddels kwam het water al tot mijn knieën.
K.k.k.k. koud
Je moet weten dat het al november was en het water was behoorlijk koud. Jan, (mijn baas), kwam eens kijken naar wat of ik uitspookte. Toen hij mij tot aan mijn heupen in het water zag staan barste hij in een onbedaarlijk lachen uit. Leuk hoor! De karper schoot los en ik probeerde het vege lijf te redden door naar de kant te komen. De loopplank was inmiddels ook onder water verdwenen en ik stapte naast de plank en zakte in de zachte modder. Tot mijn borst was ik nat. Op de kant aangekomen zeek de modder uit mijn kleren en ik stonk behoorlijk. Jan had een rolberoerte en kwam niet meer bij. Ik trok vlug de natte kleren uit en deed een regenjasje aan. De broek waste ik in de put uit en hing ik over het prikkeldraad te drogen.
Mevrouw Korsman
Ik dacht enige privacy te hebben maar dat kon ik wel schudden. Daar was mevrouw Korsman, “Goede morgen heren”, Daar zat ik in een kort regenjasje met ontbloot onderlijf en mijn spijkerbroek over het prikkeldraad…. Prikkeldraad…. Waar was mijn broek? In die tijd stonden er koeien in het weiland aan de noordkant en een van die koeien had mijn broek van het prikkeldraad getrokken en stond er midden in weiland op te kauwen. Ik hoorde Jan tegen mevrouw Korsman zeggen, “U moet niet op die Amsterdammer letten, ik heb hem een dagje meegenomen maar hij trekt steeds zijn broek uit…. Lachûh. Ik stond voor schut. Na mevrouw Korsman tekst en uitleg te hebben gegeven kreeg ik van haar een oude corduroybroek van mijnheer Korsman, die mij mijlen te groot was om de dag door te komen. Ik heb mijn eigen broek aan de koe weten te ontfutselen en aan het eind van de dag de corduroybroek weer teruggegeven. Desondanks hebben we een fijne visdag gehad en mooie karpers gevangen.
Foto’s © en redactie Thomas Lont.
Meer weten over de Visput, kijk op hun site.
Gearchiveerd onder: Recreatie, Visput Andijk getagged: | De visput van Andijk










































